Het is al weer zes jaar geleden dat we voor het eerst met een camper op reis gingen. We hadden in het voorjaar eerst gekeken of reizen met een camper iets voor ons was. Veilig op een camping met onze zoon van zes weken. In het najaar trokken we met zijn drietjes drie weken door de Vogezen. Onze zoon was toen vijf maanden. Inmiddels is hij net zes geworden en heeft hij een zusje van vier, wat een prima leeftijd is om nog een keer de Vogezen te gaan bekijken.
In de meivakantie rijden we naar mijn schoonvader om de camper op te halen. We boffen dat we de camper regelmatig mogen lenen. Hoewel het eigenlijk een drie-persoons camper is, lukt het met twee kleuters nog prima. (en intussen kunnen wij nog even doorsparen voor onze eigen camper).

Rothau
Vanuit het mooie Limburgse land nemen we de snelle route via de Duitse Autobahn. De eerste dag is een flinke rit. Natuurlijk stoppen we onderweg even om te eten. We gaan meteen even met de kinderen naar buiten om te spelen, even energie kwijtraken voor de rest van de rit. We pakken meteen even de camperplaatsen-app erbij en zoeken een plek voor vannacht. We gebruiken toch liefst de app, omdat deze de resultaten kan filteren op voorkeur. Wij zoeken een plaats met speeltuin en < €10,-. Dat lukt en we stellen Tomtom meteen maar in.
Net onder Karlsruhe steken we de grens over naar Frankrijk. Daarvandaan is het nog maar een klein stukje naar Rothau, een dorp dat nog net boven de Vogezen ligt. De camperplaats die we gekozen hebben ligt net buiten de poort van een kleine camping aan een klein beekje. De kinderen mogen op de speelplaats van de camping spelen. Maar al snel pakken ze hun fietsen. Achter de camperplaats ligt een groot voetbalveld met veel ruimte om te racen.
Ik loop stiekem even naar de receptie. Onze oudste zoon is zes geworden vorige maand. Hij vindt zichzelf nu oud genoeg om zelf brood te halen op vakantie. Alleen spreekt hij geen Frans en de mensen van de receptie geen Nederlands of Engels. Ik bestel vast het brood voor de volgende morgen en vertel dat het door mijn zoon zal worden opgehaald en betaald. De volgende morgen ligt om zeven uur een jongetje naast me in bed te stuiteren. ‘Ik heb honger, mag ik vast brood gaan kopen?’ Een beetje te vroeg nog, maar wel lief. Een uurtje later komt hij trots als een pauw met zijn wisselgeld en twee zakken broodjes aanwandelen. De meneer van de receptie had precies begrepen wat hij wilde hebben. Knap hè?

Champ du Feu
Na het ontbijt rijden we naar Du Champ du Feu, een skigebied in de omgeving. Het belooft een warme dag te worden, dus zijn we er lekker vroeg. De sneeuw is nog maar net gesmolten en de planten staan vol in bloei. Er lopen verschillende mooie wandelroutes door het gebied. De kinderen kiezen voor de ‘winterwandelroute’. Een wandelroute die natuurlijk voor de winter bedoeld is, maar nu vast ook mooi zal zijn. Samen lopen we onder de liften door de berg op. Het is maar goed dat we stevige wandelschoenen aan hebben. Een groot deel van de wandeling blijkt veranderd in een moeras. De jongste tillen we maar even over de natste stukken heen. Deze manier van wandelen blijkt heerlijk spannend voor de kinderen. Het water vormt een extra uitdaging. Van graspol naar graspol volgen we de route totdat we bij de toren (tour) bovenaan de berg zijn. Het uitzichtpunt bovenaan de skipistes blijkt een ideale picknickplek. We kunnen een groot deel van het gebied overzien. Op een bankje eten we onze baguettes en chocoladebroodjes. Via het bos wandelen we terug naar de camper. De GPS vertelt ons dat we al ruim 10 kilometer gelopen hebben, maar de kinderen willen toch écht nog naar de speeltuin die onderaan de skipistes ligt. Terwijl de kinderen spelen bekijken wij de kaart van het skigebied. Dit zou best wel een mooie plaats zijn om met de kinderen te gaan skiën. We maken snel een foto van de kaart, even opslaan voor de komende winter.

Dominee Oberlin
Op aanraden van de campingeigenaar bezoeken we het museum J. F Oberlin in Waldersbach.
Parkeren kun je helaas niet dicht bij het museum dat in een krap straatje ligt. Onderaan de heuvel liggen een aantal parkeerplaatsen. We parkeren de camper daar en besluiten naar het museum te lopen. De kinderen zijn na 10 kilometer best wel moe en zijn niet direct in de hoerastemming. Maar als we onderweg een ijsje eten bij een café is de batterij al snel weer vol. Johann Friedrich Oberlin was een Duitse theoloog. Hij werd in 1766 in het arme Waldersbach aangesteld als dominee. Op zijn initiatief ontstond daar een van de eerste kleuterscholen en later ook lagere scholen. In de tuinen van de oude pastorie groeien diverse kruiden die ook door Oberlin werden verbouwd.
Hij bevoorraadde met deze kruiden een kleine apotheek voor zijn armlastige parochianen. In het museum kun je een interactieve rondleiding volgen. Je krijgt een smartphone mee. Overal in het museum zijn chips aangebracht. Je kunt in de app dan extra informatie lezen of filmpjes over het onderwerp kijken. Voor de kinderen zijn er verschillende speuropdrachten. Ook kunnen ze op heel veel plaatsen hun eigen kaarten, tekeningen en planten stencilen van een reliëf. In de kelder is een ruimte met oud-Franse spelletjes om te spelen.

Orschwihr
Na een nachtje op dezelfde camperplaats rijden we door naar Orschwihr. Helaas heeft de airco het begeven. We staan dus vroeg op om de ergste warmte te ontlopen, bijna 30 graden vinden we te warm om veel te doen. En de kinderen moeten nog een beetje bijkomen van de wandeling van gisteren. Aan de rand van het dorpje en het dorpspark ligt een kleine CP met 4 plaatsen. Bij alle plaatsen staan picknickbanken die door heggen afgescheiden worden. Maar het mooiste vinden onze kinderen toch wel het enorme veld en de speeltuin. We kiepen de speelgoedbak leeg en vullen hem met water. Twee waterpistolen erbij en de kinderen zijn minstens een uur zoet.
Als de zon zijn kracht wat verliest maken we een wandeling door het dorp. We vinden iets wat op een bakker lijkt, maar die is gesloten. Gelukkig hebben we nog brood genoeg. In het dorp kun je verschillende wijnboeren bezoeken en bij de meeste kun je ook wat eten. In het park is ook een enorme wijnpers te bewonderen.
De kinderen hebben veel geluk vandaag. Door de hitte mogen ze extra lang opblijven. Het is toch te warm om te slapen. Veel kinderen in het dorp hebben blijkbaar hetzelfde geluk. Want tot negen uur is het gezellig druk in de speeltuin.

Warmte
We beginnen te snappen waarom de wijdruiven hier zo goed willen groeien. Het is al vroeg in het jaar erg warm en zonnig. We lezen op internet dat het vandaag meer dan 30 graden moet worden.
We kijken nog even onder de motorkap o f we iets aan de airco kunnen doen. Maar moeten tot onze schaamte vaststellen dat we die zelfs niet kunnen vinden. Op zoek naar verkoeling dan maar.
Ons reisdoel is Le Markstein, maar dan via een omweg. Het gebied rond Orschwihr en Guebwiller is schitterend. We rijden door de wijngaarden en bossen naar Aire de loisirs du Florival. Volgens de VVV moet daar een speeltuin en speelvijver zijn, de kinderen willen pootjebaden.
Florival blijkt inderdaad een schitterend recreatieterrein te hebben. Helaas voor de kinderen lijkt het er op dat de speelvijver al een paar jaar opgedroogd is. Gelukkig loopt er wel een beek dwars door het park, dus waterschoenen en UV-shirts aan, tijd om dammen te bouwen! Totdat de jongste ontdekt dat je in een beek ook prima je waterpistool kunt vullen. We moeten rennen, want onze kleuters blijken verbazend goed te kunnen mikken.
Doornat en moegespeeld gaan we na een late picknick door naar Le Markstein. Zo hoog op de toppen van de Vogezen waait er een stevig windje. We parkeren de camper op het parkeerterrein waar we ook gaan overnachten. We staan nog net in de luwte van de berg. Dat blijkt als we de dakluiken open willen zetten. Ze waaien nog net niet van het dak af. In plaats van de dakluiken zetten we dus maar alle ramen open. Zo koelen we meteen lekker af. We lopen naar het restaurant. De medewerkers zijn helaas niet erg vriendelijk en weinig gastvrij. We waren eigenlijk van plan om hier met de kinderen wat te eten. Maar besluiten dat we het bij een ijsje laten en lekker in de speeltuin te gaan zitten. Het zomerseizoen is nog niet begonnen, dat is duidelijk te zien. Overal wordt onderhoud gepleegd aan de restaurants, maar ook aan de bobsleebaan, die helaas nog gesloten is.

Circuit du Lac
‘Het mooie weer is op, mama!’ vat onze jongste de volgende morgen het weer samen. Ze heeft gelijk. Er zijn veel wolken en er waait nog steeds een stevige wind. Niet het meest ideale weer voor onze plannen van vandaag. We willen een wandeling maken naar de Marksteinkopf. Vanuit de camper ligt hij er wat grauw bij nu.
Dan maar de lange broeken aan en een vest voor de kinderen mee. Gelukkig klaart het weer snel op en gaan we met de picknick in de rugzak op pad. Tijdens het wandelen zien we mensen een ander wandelpad op gaan. We besluiten de dames te volgen en lopen niet onderlangs de Marksteinkopf zoals de route aangeeft, maar over de bergrug naar de top.
In de verte zien we een aantal herten staan. De kinderen maken helaas iets te veel lawaai om ze dichterbij te kunnen bekijken. De kinderen willen nog meer dieren zoeken. Samen met papa duiken ze tussen de rotsen. Het zonnetje is doorgekomen en ze gaan stilletjes op zoek naar kleine salamanders. Daarna klimmen we verder door naar de Marksteinkopf. Het wordt een beetje steil en vooral onze vierjarige dochter heeft af en toe een zetje nodig. Gelukkig hebben we altijd een paar uitschuifbare wandelstokken in de rugzak. We geven haar een wandelstok en ineens is ze een echte berggeit. Bijna rennend gaat ze met grote broer de berg op. De top geeft ons een schitterend uitzicht. We kunnen zelfs Le grand Ballon zien. Via de luwte van de berg wandelen we terug. Onze jongste is bang dat ze de berg af waait… Niet eens zo’n gekke angst gezien de wind, bedenk ik me en kijk nog eens naar het zuidwesten. In de verte zie ik donkere wolken aankomen. We hebben ooit al eens een slechte ervaring gehad met onweer en hagel op de top van een berg. Die willen we niet nog een keer herhalen. We besluiten de kortste route naar de camper te nemen om nog voor het komende noodweer naar een andere camperplaats te rijden. Dat blijkt een wijs besluit. Net als we op de camperplaats in Etival Clairfontaine aankomen vallen er hagelstenen maat knikker uit de lucht.

Regen, regen en een roze bakker
De camperplaats in Etival Clairfontaine is voor ons niet ideaal. Het is er druk met aankomende en vertrekkende campers en te onoverzichtelijk om te spelen. De volgend morgen regent het nog steeds en is het drukkend warm. Met dank aan de kerkklokken naast de camperplaats is iedereen in ieder geval lekker vroeg wakker op deze Hemelvaartsdag. Nu is zes uur in ons geval niet heel uitzonderlijk, maar we horen andere camperaars flink mopperen als we naar de bakker lopen. Omdat we de bakker nog niet hebben gevonden lopen we met zijn drietjes het dorp in.
Onder het wandelen bekijk ik de drukte bij de oude dorpskerk. Ik ben even afgeleid en realiseer me ineens dat ik een kind mis! Waar is mijn dochter? Aan de zijkant van het plein zie ik haar staan. Ze heeft de bakker gevonden en staat springend van enthousiasme in de regen. ‘Mama, mama, kijk! Een roze bakker!’ De hele bakkerij is roze, ze kan er niet over uit. Van schrik vergeet haar broer hoe croissants ook al weer heten in het Frans. Grinnikend bestel ik de broodjes. De bakker vindt ons helaas niet zo grappig en kijkt ons de deur uit. Maar dat mag de pret niet drukken. Onze dochter rent de hele weg terug om papa te kunnen vertellen dat ze hier een ROZE bakker hebben.
De regen wil niet ophouden, de kinderen zijn toe aan een douche. Douchen in de camper vind ik niet ideaal. Hoewel het geweldig was in de tijd van spuitluiers en macaroni-baby’s vind ik een camping zo op zijn tijd daar wel handig voor. We besluiten de verworvenheden van deze tijd uit te proberen.
Via Twitter zoek ik contact met een Landal-camping bij Saarburg. Ze blijken nog plek te hebben en we rijden erheen. We vertellen de kinderen nog niets. De oudste kunnen we niet meer foppen. Bij het eerste bordje onderaan de berg roept hij: ‘Mama, gaan we naar Bollo? Maar die woont hier toch helemaal niet?’ Zijn zusje slaapt de hele weg. Als we parkeren doet ze haar ogen open. Voor de camper staat een levensgrote Bollo. Ze verschiet van kleur: ‘Mamamamama! Kijk we zijn bij Bollo. Mama? Kunnen we hier niet gaan kamperen, dat lijkt me wel leuk.’ Alsof ze het zelf verzonnen heeft loopt ze naar de receptie.
’s Middags gaan we lekker zwemmen en we maken een flinke wandeling als het even ‘droog’ is. ‘Van miezer wordt je niet écht nat hè mama?’

Saarburg
Hoewel wij zelf geen fan zijn van dit soort massacampings vinden de kinderen het helemaal geweldig. En we snappen dat ook wel. Voor ons is het geheim van een goede vakantie: zorgen voor afwisseling.
We proberen dingen te doen die we allemaal leuk vinden. We gaan wandelen in de natuur, bezoeken musea, kerken en kastelen. Maar we gaan ook naar speeltuinen en zwembaden.
En dan is het voor de kinderen best wel eens fijn om met Nederlandse kinderen te kunnen spelen.
De volgende morgen parkeren we de camper naast de camping. Vanaf hier kunnen we met een stoeltjeslift naar de stad Saarburg. Met ieder een kind naast ons gaan we met de kabelbaan naar beneden. Onderweg hebben we een mooi uitzicht over de wijnvelden en de rivier onder ons. De stad blijkt echt een bezoek waard. We bekijken de burcht waaraan Saarburg zijn naam dankt. Kastelen en ruïnes spreken enorm tot de verbeelding bij onze kinderen, dus als we een kasteel zien moeten we die zeker bezoeken.
Zelf interesseer ik me erg voor de geschiedenis van de gebieden die we bezoeken. En nu onze kinderen groter worden willen ze zelf ook alles weten over de geschiedenis van de Saarburg. Vanuit de burcht volgen we de bordjes van de stadwandeling.
We bezoeken de St. Laurentiuskerk, een kerk met een lange geschiedenis. Natuurlijk bezoeken we ook de grote waterval midden in de stad. Daar stort de Leuk zich in een paar stappen 17 meter de diepte in. De watermolens spreken erg tot de verbeelding. De kinderen willen blijven kijken en proberen zich voor te stellen hoe de molens vroeger het meel maalden. In de Hackenberger Mühle kun je dit overigens ook bekijken. Maar omdat het voor onze kinderen eigenlijk wel genoeg is geweest gaan we met de stoeltjeslift terug naar de camper.

Kronenburger See
De laatste camperplaats is er een uit de categorie: ‘Dat hadden we eerder moeten weten’. Op maar een paar uur rijden vanuit Nederland ligt de Kronenburger See. Onderaan de stuwdam ligt een camperplaats voor ongeveer 12 campers. Het is er rustig en er is voldoende ruimte voor de kinderen om te spelen zonder gevaar, of zonder anderen lastig te vallen.
Net voor de oprit van de camperplaats ligt een grote speeltuin en een recreatieterrein. Bij de minigolfbaan kopen we een lekker ijsje. ’s Avonds verken ik met de kinderen de stuwdam, terwijl papa in alle rust de vaat doet. In de verte zien we een mooie speeltuin liggen. Als de vaat klaar is wandelen we samen langs het meer. Bij de speeltuin blijkt een kleine brasserie te staan.
Hoewel het inmiddels wel weer zonnig is, is het niet meer zo mooi als eerder deze week. Jammer, want aan de oever van dit meer staan ook nog een paar leuke waterglijbanen. Deze plaats gaan we zeker onthouden voor een ander, warmer, moment. Op zaterdag besluiten we een extra dagje bij onze vakantie te snoepen. In plaats van vandaag, gaan we een dag later naar huis. Het is immers toch niet meer ver rijden naar Nederland.

We willen nog graag op zoek gaan naar een geocache die hier moet liggen en een wandeling maken.
Het weer blijkt wat druilerig te zijn dus we kleden de kinderen goed aan en stoppen de regenbroeken in de rugzak.
We willen om het hele stuwmeer wandelen. Een wandeling van een kilometer of zes gokken we. Niet te lang voor de kinderen en toch leuk voor ons. Helaas zijn de weergoden ons niet gunstig gezind. Halverwege gaan de hemelsluizen open. Hoewel we redelijk beschut lopen zijn we al snel flink nat. Gelukkig is er op 2/3e van het meer een brug. We nemen een iets kortere route. Als we bij de camper zijn klaart het weer zover op dat we meteen maar de geocache gaan zoeken.
We geven de kinderen beide een GPS en sturen ze op jacht. Al snel komen we bij de coördinaten waar we moeten zijn. Als we de ‘schat’ niet snel genoeg vinden duiken de kinderen de speeltuin in.
Wij hebben de kritische aanwijzing nodig om de cache te vinden.
Vanaf het bankje hebben we een mooi uitzicht op de ruïne van Kronenburg. We komen hier zeker nog een keer terug besluiten we en dan wandelen we daar naartoe. De kinderen willen kijken of er niet een paar geheime gangen te vinden zijn en ook de waterglijbanen uitproberen.

Als afsluiting van de vakantie gaan we lekker schnitzel eten bij het restaurantje aan de Kronenburger See. Een heerlijk ontspannen afsluiting van een zomerse meivakantie.

Tekst en foto’s: Anita van Dieren