De werking van de koelkast berust op het absorptie- of op het compressorprincipe. Beide hebben voor- en nadelen. Nadelen van het absorptieprincipe ten opzichte van het compressorprincipe:

  •  koelt minder bij buitentemperaturen > 30°C ;
  •  traagwerkend systeem;
  •  rendement is minder groot;
  •  meer energieverbruik.

Het grote voordeel: stil

Een compressorkoelkast koelt veel sneller. Het rendement en energieverbruik is gunstiger. Een nadeel: de compressorkoelkast maakt meer lawaai. Omdat de absorptiekoelkast in campers het meest wordt toegepast volgt hier een beschrijving van de werking. Verder krijgt u tips over gebruik en onderhoud.

 Werkingsprincipe
De koelkast kan op 230 Volt, 12 Volt of op gas werken. Niet op alle bronnen tegelijk. Voor de werking is warmte nodig. Hoe zorgt warmte voor koeling? Aan de koelkast zit een kookvat dat gevuld is met een oplossing van water en ammoniak.  Verwarmingselementen (220 V, 12 V of gas) verwarmen het kookvat. De aanwezige ammoniak verdampt tot ammoniakgas. Dit ammoniakgas gaat daarna door een condensor. Hierin condenseert het ammoniakgas tot vloeibare ammoniak. Deze vloeibare ammoniak gaat naar de verdamper. Hier verdampen alle druppeltjes ammoniak tot ammoniakgas. Voor dit proces is warmte nodig die aan de omgeving wordt onttrokken.
(Dit proces is te vergelijken met het verdampen van aceton op de hand. De hand wordt koud doordat er warmte aan de omgeving (de hand) wordt onttrokken om de aceton te verdampen.) Na de verdamping stroomt het ammoniakgas terug naar het absorptievat. Dit vat is gevuld met water en het ammoniakgas lost hierin op en dan hebben we weer ammoniak. Dit ammoniak komt opnieuw in het kookvat en het proces begint weer opnieuw.
Optimale toevoer van warmte is nodig om de koelkast goed te laten koelen. De brander en de schoorsteen moeten dan ook goed schoon zijn en de afstelling van de brander moet correct zijn.

Gebruik en Onderhoud
Schoorsteen reinigen
In de branderbuis van de schoorsteen hangt aan een draad een metalen spiraal. Deze zorgt er voor dat de warmte van de verbrandingsgassen zich gelijkmatig verdeelt, waardoor het kookvat optimaal wordt verhit. Vaak zit op het spiraal een aangekoekte roetlaag. De verdeling van warmte komt hierdoor in gevaar. Door het spiraal uit de branderbuis te lichten kan met een borsteltje de roetlaag worden verwijderd.

De gasbrander
Deze zit onder het kookvat gemonteerd. Het gas wordt door een elektrode ontstoken. Wanneer de vlam dooft, zorgt een thermokoppel ervoor dat de gastoevoer stopt.
Het schoonmaken van de brander is een kwestie van blazen. Meestal gaat het om losse roetdeeltjes. Leg de gas-inspuiter een tijdje in een badje van spiritus. Gebruik nooit benzine omdat deze een te hoog vetgehalte heeft. Prik de inspuiter niet met een metalen naald of iets dergelijks door. De kans bestaat dat deze beschadigd wordt, waardoor de juiste lucht/brandstofverhouding in gevaar komt. Hierdoor functioneert de brander niet goed en daarmee de koeling eveneens niet. Blaas de inspuiter met lucht schoon of prik deze met een heel dun koperen draadje van een elektriciteitssnoer door. Koper beschadigt de brander niet.

Vonkafstelling
De afstand tussen de elektrode en de branderkop moet minimaal 3 mm zijn. Deze is vast te stellen met een voelermaat. Controleer ook of de draad van de ontsteking boven op de koelkast, bij het drukmechanisme, goed vastzit. Hier zit namelijk de Piëzo-ontsteking. Dit is een kristal die door mechanische belasting elektriciteit opwekt voor het ontsteken van gas.

Oorzaken van slechte koeling
Op onverwachte momenten kan de koelkast ermee stoppen. Verschillende oorzaken kunnen de oorzaak zijn. Laten we deze eens bekijken:

1. Voldoende gas aanwezig, maar er komt geen gas uit de brander
Bij het onderste ventilatierooster kan men horen of er al dan niet gastoevoer is. Geen geluid: de inspuiter is verstopt. Maak dit onderdeel schoon. Ga daarna de gastoevoer opnieuw controleren . Is de inspuiter niet verstopt kan het filterelement in de gastoevoerleiding vuil zijn.

2. Geen ontsteking van gas
Controleer dit door de ontsteker te gebruiken en te kijken of er een vonk is. Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor het ontbreken van de vonk. Het piëzo-element is vochtig of stuk. Bij de automatische elektronische ontsteker kan een elektrisch draadje loszitten. Ook kan de bevestiging van de elektrode niet meer correct zijn. De vonk slaat dan niet meer goed over.

3. Slechte verbinding tussen het thermokoppelcontact en het houdcontact in het veiligheidsventiel
Oplossing: de wartelmoer even losdraaien, evt. met schuurpapier het contact opschuren en daarna weer vastdraaien. Bij geen effect thermokoppel vervangen.

4. De brander brandt wel, maar de koelkast koelt niet of te weinig.
Oorzaak: vervuiling van de brander door roet uit de schoorsteen of verbrand stof. Oplossing: brander en schoorsteen reinigen . Andere oorzaken kunnen zijn: Een versleten deurrubber (testen met dun papiertje tussen deurrubber en koelkast), ijsvorming in de koelkast (vaak versleten deurrubber), een te volle koelkast (koude lucht circuleert hierdoor onvoldoende), twee warmtebronnen tegelijk (het ontwikkelde ammoniakgas is te heet om tot vloeistof te kunnen condenseren).

Koeling verbeteren
Slechte koeling van de condensor vermindert de ‘aanmaak’ van ammoniakvloeistof . Dit euvel kan men verhelpen door de ventilatieroosters op juiste wijze te monteren.

De frisse buitenlucht komt via het onderste rooster en gaten in de vloer binnen, stijgt op en koelt vervolgens de condensor. Via het bovenste rooster verdwijnt de warme lucht naar buiten. Deze warme lucht moet zonder weerstand naar buiten kunnen. Door een dunne aluminiumplaat kan die geleiding worden verbeterd. Is deze plaat niet aanwezig of kan deze niet worden aangebracht dan zijn grotere roosters een oplossing. De oppervlakte van ten minste 240 vierkante centimeter per rooster is een vereiste. Een ventilator verbetert de koeling van de condensor aanzienlijk en is aan te bevelen bij een buitentemperatuur van meer dan 25 graden.

Koeling geschiedt op 230 Volt door een verwarmingselement die het kookvat verwarmt in plaats van de gasvlam. Koelt uw koelkast niet op 230 Volt, voel dan of de condensor warm wordt. Is dat niet het geval, dan is of de thermostaat of het verwarmingselement stuk. Dit is te controleren door de thermostaat door te verbinden (2 draden aan elkaar maken).

Wordt de condensor heet aan de zijde van het kookvat en niet aan de andere zijde, dan is er een gastechnisch probleem.

De koeling door 12V is identiek aan 230V, alleen wordt hier geen gebruik gemaakt van de thermostaat, het verwarmingselement is continu aan.  Koelkasten dienen ‘tochtvrij’ geïnstalleerd te worden. Hierdoor wordt enerzijds voorkomen dat de lucht voor de brander aan de woonruimte wordt onttrokken en anderzijds dat de verbrandingsgassen in de woonruimte terechtkomen (volgens DIN EN 1948). Daarvoor is nodig dat de achterzijde van de koelkast rondom met afsluitmateriaal wordt afgewerkt.

Enkele opmerkingen met betrekking tot het gebruik en het onderhoud
Hierbij zijn een aantal dingen genoemd die u zelf kunt doen om ontstane problemen op te lossen. Echter hebt u onvoldoende verstand van zaken dat is het zeer raadzaam om een vakman in te schakelen. De gegeven tips kunnen dan dienen om sneller tot een oplossing te komen.

Piet van den Bosch