Sinds wij camperen hebben we al verschillende malen beginnende camperbranden gezien. Een enkele maal een uitgebrande camper. Tijd om eens aandacht aan een brandblusser te besteden. Ik ben geen brandweerman, maar heb me in het onderwerp verdiept omdat ik de juiste blusmiddelen aan boord wil hebben. Een blusmiddel die zo min mogelijk nevenschade veroorzaakt. Brand komt altijd onverwacht en snel handelen is daarbij een eerste vereiste.

Nadat we ons hebben laten voorgelicht, hebben wij de camper uitgerust met twee brandblussers: een blusstaaf en daarnaast een 2 liter ABF-blusser. Waarom deze keuzes?

De blusstaaf kun je in de camper op een makkelijk bereikbare plaats hangen. De staaf is in twee stappen blus klaar en heeft een blustijd van 30 seconden continu. Een voordeel van de staaf is ook dat hij na het blussen geen extra schade veroorzaakt aan onder andere de bedrading. Er zijn geen blusresten door het gebruik van Aërosol. Maar soms is de brand al te groot om hem met Aerosol te blussen. Aerosol-brandblussers zijn geschikt om kleine beginnende brandjes mee te blussen, maar voor het grotere werk… schieten ze bijna altijd tekort.

Je bent dan nog steeds aangewezen op de meer klassieke blusstoffen, en die zullen op een of andere manier altijd wat nevenschade veroorzaken. Het minst schade heb je bij een CO2-brandblusser, maar die is dan weer niet geschikt voor kleine ruimtes als campers. Schuim is een optie, maar is niet vorstbestendig. De zekerste oplossing voor campers is een kleine ABF-blusser als extra voorziening. Ze veroorzaken in tegenstelling tot poeder enkel nevenschade op die plaatsen waar je blust, en hebben als voordeel dat ze vorstvrij zijn en ook geschikt zijn om branden op basis van vetten te blussen. Een 2 liter ABF-blusser brengt je al een heel eind op weg en is nog vrij makkelijk op te bergen.

Daarnaast…

  • Zorg dat alle inzittenden op de hoogte zijn van de werking van de blusmiddelen. Bel altijd 112
  • Bij een beginnende brand zo mogelijk de gasflessen uit de camper halen en de accuklemmen losmaken. Kan dit niet dan laten zitten of na het blussen alsnog doen. De brand kan weer opvlammen.

PREVENTIEF

Gasflessen

  • Zet een gasfles altijd op een voor gasflessen bestemde plaats, zoals de gaskast in campers.
  • Zet de fles altijd rechtop en zorg dat hij niet kan omvallen.
  • De plek waar je je gasflessen bewaart, moet koel, goed geventileerd en onbereikbaar voor kinderen zijn.
  • Gebruik geen slangen die langer zijn dan een meter. Let erop dat dit goedgekeurde hogedrukslangen zijn. Vernieuw de slangen ten minste eens per twee jaar.
  • Zorg voor goede slangverbindingen: gebruik slangtule en slangklemmen.
  • Sluit gasflessen af als je ze niet gebruikt. Doe dit met je handen, niet met gereedschap.
  • Laat werkzaamheden aan gasleidingen liever over aan vakmensen.

Geen LPG
Het gebruik van LPG (autogas) in gasflessen is levensgevaarlijk en bovendien verboden. In tegenstelling tot een (auto)gastank voor LPG heeft een gasfles namelijk geen overvulbeveiliging. Bij herhaald overvullen met LPG kan de gasfles bezwijken, met alle rampzalige gevolgen van dien. Laat het vullen van gasflessen over aan erkende vulstations of gebruik voor LPG daartoe geschikte dampgastanks of flessen.

Drukregelaar(s)
Gebruik altijd de juiste drukregelaar tussen gasfles en gasapparaat. De vereiste gasdruk vind je op het typeplaatje van het gasapparaat. Ga je op een gasfles apparaten met verschillende drukken aansluiten, dan moet je ook verschillende drukregelaars gebruiken. Uiteraard monteer je de regelaar die de hoogste druk doorlaat, het dichtst bij de gasfles. Vervang drukregelaars om de vijf jaar, met het oog op slijtage van bewegende delen.

Gastoestellen
Laat gastoestellen jaarlijks controleren, schoonmaken en afstellen. Zorg altijd voor goede ventilatie in ruimten waarin ze worden gebruikt. Houd gordijnen, handdoeken en andere makkelijk brandbare materialen op veilige afstand van uw kook- en verwarmingstoestellen.

Elektriciteit
Ga je zelf werken aan de elektrische installatie van jouw camper, doe het dan veilig en volgens de voorschriften. De spanningswaarden in een caravan zijn 220 volt en 12 volt. Een spanning van 12 volt is niet altijd ongevaarlijk. Brandgevaar kan ontstaan als bijvoorbeeld de bedrading niet in orde is of als je extra lampen of apparaten op de 12-voltinstallatie aansluit. De aansluiting van de caravan op een 220-voltinstallatie is het veiligst als je de blauwe, spatwaterdichte CEE-stekker en een neopreenkabel (van maximaal 20 meter lang) gebruikt.

Rol de kabel altijd helemaal af, zo voorkom je warmteontwikkeling. Campers met CEE-aansluiting zijn geaard. Heeft jouw camper geen CEE-aansluiting? Dan moet je een aardlekschakelaar plaatsen. Zorg er ook voor dat de metalen delen van jouw camper (wanden, chassis, aanrechtblad) geaard zijn. Pas altijd op met water en elektriciteit. De buitenverlichting van jouw camper moet bijvoorbeeld spatwaterdicht zijn. Wat je ook van plan bent, lees voor het klussen eerst de gebruiksaanwijzing van alle materialen, toestellen en gereedschappen die je gaat gebruiken.

Zie ook:

Martin Slingenberg